Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bouwmaterialenzaak

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. winkel waar men producten die nodig zijn voor het (ver)bouwen kan kopen
    De carnavalsloods moet komen op de plek van het duivensportcentrum langs de fietssnelweg F35, achter bouwmaterialenzaak Raab KΓ€rcher.
    De grond aan de Wooldseweg waar nu een bouwmaterialenzaak zit was zo goed als verworven, op voorwaarde dat de gemeente akkoord zou gaan.