bouwvak
mannelijk (de)/ˈbaʊvɑk/
Wat is de betekenis van bouwvak?
bouwvak betekent: de tijd waarin bouwvakkers vakantie hebben
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijd waarin bouwvakkers vakantie hebben
- een vak dat betrekking heeft tot bouwen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek