bovenarm

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het bovenste gedeelte van de arm tussen de schouder en de elleboog
    Een moeder voor me trok woedend aan de bovenarm van haar kind, een stel maakte ruzie over het menu en een getatoeëerde man stond luid te bellen.
    Ze pakte Chantal zachtjes bij haar bovenarmen en trok haar naar zich toe.

Vertalingen

Engelsupper arm, arm
DuitsOberarm
Spaansbrazo superior
Turksüst kol, karaca, pazı