braadschotel
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bratsxotəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) schotel van vuurvast aardewerk, glas of geëmailleerd ijzer om in de oven iets in te braden
- (voeding) gerecht van een of ander gebraad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek