braai

mannelijk/vrouwelijk (de)/braj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soort Zuid-Afrikaanse barbecue
    Voor het hoofdgerecht wordt u uitgenodigd een kijkje te nemen in de open keuken met de heuse Zuid-Afrikaanse braai waar het hoofdgerecht het runderstaartstuk in zijn geheel geroosterd wordt.
    Het knettert en het rookt weer. Bbq-chef Jord Althuizen heeft een nieuwe gril-bijbel: Smokey Goodness 3. Dit keer komt hij met tips en recepten uit het land van de braai: Zuid-Afrika.
  2. kuit van een been

Etymologie

* afleiding van braden