braakt
Wat is de betekenis van braakt?
braakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van braken
- gebiedende wijs meervoud van braken
- gij-vorm verleden tijd van breken
Voorbeelden van "braakt" in een zin
- Jij braakt.
- Hij braakt.
- Braakt!
- Gij braakt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek