bramzeil
onzijdig (het)/'brɑmzɛɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) vierkant zeil dat gevoerd wordt aan het derde stuk mast vanaf het dek gerekend, de bramsteng
Etymologie
* In de betekenis van ‘vierkant zeil boven het marszeil’ voor het eerst aangetroffen in 1597
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek