branche

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbrɑ̃ʃ/, /ˈbrɑ̃ʃə/

Wat is de betekenis van branche?

branche betekent: (economie) onderverdeling van bedrijfstak

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) onderverdeling van bedrijfstak

Voorbeelden van "branche" in een zin

  • Maar de meeste verkopers blijven daar ver tot heel ver onder, bevestigt ook de vereniging VDV; 80 procent van de verkopers beschouwt zijn inkomsten uit het partycircuit volgens Ferket als een aardige bijverdienste, meer niet. Zo doemt het beeld op van een branche met voornamelijk enthousiaste schnabbelaars. Ties Gijzel NRC 8 juni 2016
  • De omzet in de horeca groeit al elf kwartalen op rij. In de hele branche kwamen er negenhonderd bedrijven bij. Het totaal is nu 51.600. Er waren volgens het CBS veel minder faillissementen dan in het vierde kwartaal. NRC 31 mei 2016
  • Als lezer zult u zich nu ongetwijfeld afvragen hoe deze misstanden in onze moderne maatschappij in 's hemelsnaam mogelijk zijn. Het antwoord hierop is zowel simpel als beangstigend: geld. De belangen in deze branche zijn immens.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘afdeling’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Engelsbranch
Fransbranche
DuitsBereich, Branche, Fach
Spaansdepartamento, rama, ramo