brasa
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbrasa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- liefdevolle omsluiting in de armenHij wilde me een stevige brasa geven, een omhelzing, maar ik hield hem tegen en vroeg hem om afstand te houden.
Etymologie
*van "brasa" "omhelzing" ; zie ook "brasa" "omhelzen, omhelzing"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek