breedbeeldtelevisie

vrouwelijk (de)/ˈbredbelˌteləˌvizi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een vorm van beeldomroep waarin het beeld een 16:9 verhouding van breedte en hoogte heeft
    De beeldkwaliteit van breedbeeldtelevisie is een stuk beter dan televisie met een 4:3 beeldverhouding.
  2. een toestel dat [1] weergeven kan
    Ik heb net een breedbeeldtelevisie gekocht.