Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
breedbekken en hapvogels
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een familie van vogels uit de orde zangvogels. Het verenkleed van de mannetjes is meestal groen, rood of roze, terwijl vrouwtjes valer en groter dan de mannetjes zijn. Deze plompe vogels hebben een grote kop, waaraan zich een brede, platte snavel met kromme punt bevindt. Ze hebben een korte staart. De lichaamslengte bedraagt 13 tot 28 cm
Etymologie
* "breedbek en hapvogel" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek