brevieren
/brə'virə(n)/
Betekenis
werkwoord
- al wandelend lezen of al lezend wandelenMijn kinderjaren lang zag ik mijn heerooms (of ooms die priester waren) al lezend wandelen. Wat ze precies lazen, wist ik niet, wellicht iets heiligs, raadde ik. Wat ze precies deden, wist ik wel: ‘brevieren’. Dat was een bezigheid waarbij ze in geen geval gestoord mochten worden, ook niet wanneer de brevierende oom in onze eigen tuin rondjes maakte.Dit is dag 22 van maand 4 en het is zonnig. Ik klap zo meteen mijn laptop toe en ga uren wandelen, waarbij ik tussen het ‘brevieren’ door mijn stapritme soms opvoer tot ik hijg als een hond.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek