broccoli
mannelijk (de)/ˈbrɔkɔlɪ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plantenvariëteit die verwant is aan bloemkool
- (groente) de nog gesloten bloemknoppen van deze plant die als groente worden gegeten. Van de groenten bevat broccoli de meeste die mogelijk een werking tegen kanker zouden kunnen hebbenIn alle voortvarendheid vergeten ze één ding: broccoli is vies. Van alle groenten houd ik, behalve van deze.„Je hebt zo’n acht broccolitelers in Nederland, maar toch zie ik in de winkel bijna alleen maar Spaanse broccoli. Ik kan vlees kopen in de supermarkt waarvan ik geen idee heb waar het vandaan komt en hoe het gemaakt wordt.”Bram Endedijk NRC 9 juni 2016
Etymologie
* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘Italiaanse bloemkool’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1800
Vertalingen
Engelsbroccoli
Fransbrocoli
DuitsBrokkoli
Spaansbrécol
Italiaansbrocollo
Portugeesbrócolis
Poolsbrokuł
Zweedsbroccoli
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek