brocante

vrouwelijk (de)/broˈkɑntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. semi-antieke spullen die je kunt gebruiken voor het inrichten van je huis
  2. markt voor tweedehandsspullen
    Daarom is het nu nog even een paar dagen genieten. Van elkaar, van de vrijheid en de tijd, al moet Herman 'gewoon' aan de bak op de boerderij. ,,Met kerst waren we in Nederland en had ik vakantie", glimlacht hij. Fleur: ,,Maar we kunnen straks heus nog wel een keertje uiteten, een keertje bowlen of naar een brocante." Tubantia 30-12-17 [https://www.tubantia.nl/show/trouwen-en-kinderen-dat-gaat-ooit-gebeuren~aada9306/ 'Trouwen en kinderen, dat gaat ooit gebeuren']
  3. winkel voor curiosa
    Pas anderhalf jaar is Beck voedselfotograaf. Ze begon vooral voor zichzelf om haar creativiteit een uitlaatklep te geven, totdat ze ineens de vraag kreeg wat haar uurtarief was: ,,Ik werkte samen met de eigenares van een brocante. Tubantia Thomas van Zwol 26-04-18 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/nederlandse-fotograaf-scoort-met-stoofperen-van-haar-moeder~a4c94a8e/ Nederlandse fotograaf scoort met stoofperen van haar moeder]
    Hoe verder ik weg ben van Nyons, hoe stiller en eenvoudiger de wereld wordt. Verdwenen zijn de uitbundige gevels, de uniform lila gekleurde luiken en winkels met brocante en streekproducten. Tubantia Hans Avontuur > 28-06-18 [https://www.tubantia.nl/reizen/het-bestaat-frankrijk-waar-je-geen-nederlanders-vindt~abd7295c/ Het bestaat: Frankrijk waar je geen Nederlanders vindt]

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

EngelsCategory:Flea markets in France