bric-à-brac

onzijdig (het)/ˌbrikaˈbrɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) verzamelterm voor voorwerpen van weinig waarde
  2. pejoratief (pejoratief) allegaartje van waardeloze spullen

Etymologie

* van "bric-à-brac", in de betekenis van ‘snuisterijen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929