broeden
/'bru.də(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) (dierkunde) een gelegd ei met lichaamswarmte warm houdenDe morinelplevier broedde vroeger niet in Nederland.
- ~ op: (een plan) in het geheim beramen, uitdenken
Etymologie
* In de betekenis van ‘op eieren zitten’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Vertalingen
Engelsincubate, brood
Franscouver
Duitsbrüten
Spaansincubar, empollar, preparar
Italiaanscovare
Portugeeschocar, incubar
Russischвысишивать
Zweedshäcka, ruva
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek