koesteren

/ˈkustərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets geliefds nauw aan het hart houden, vertroetelen of verzorgen
    Hij koesterde zijn geliefde op innige wijze.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) (over denkbeelden of gevoelens) voelen of er op nahouden
    Hij koesterde wrok jegens zijn concurrent.
    Eerder werd al bekend dat verdachte Tetsuya Yamagami wrok tegen Abe koesterde, omdat de politicus volgens hem verbonden was aan een religieuze groep. Het is niet duidelijk waarom de 41-jarige man uiteindelijk Abe als slachtoffer koos.

Etymologie

* van Middelnederlands "coesteren" "warm toedekken", in de betekenis van ‘verwarmen, vertroetelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1546

Vertalingen

Engelscherish
Franschérir, choyer
Duitsumsorgen, hegen
Turksaziz tutmak
Deensnusse, kramme