koeskoes
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkuskus/
Wat is de betekenis van koeskoes?
koeskoes betekent: (voeding) (geschiedenis) oorspronkelijk matrozenkost van gortepap met kruiden en azijn, ook gebruikt als aanduiding voor andere gerechten uit vermengde goedkope ingrediënten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) (geschiedenis) oorspronkelijk matrozenkost van gortepap met kruiden en azijn, ook gebruikt als aanduiding voor andere gerechten uit vermengde goedkope ingrediënten
- (figuurlijk) (pejoratief) onaantrekkelijke mengelmoes
zelfstandig naamwoord
- (buideldieren) zoogdier met een grijpstaart en zeer dichte pels, lid van de familie uit de orde klimbuideldieren
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) (Nederlands-Indië) stekelig soort gras
Voorbeelden van "koeskoes" in een zin
- {{ouds
- {{ouds
- Deze röntgenfoto van een gewonde koeskoes (een buideldier dat kan klimmen) laat zien dat de moeder een baby bij zich draagt.
- {{ouds
Etymologie
*[C] vermoedelijk van "kutu-kutu" "vlooien" (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek