broekklem
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bruklɛm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) klem die ervoor zorgt dat de vouw in een broek wordt behouden
- voorziening die voorkomt dat een broekspijp tussen de ketting en het voortandwiel van een fiets kan rakenTaxi's, bestelbusjes, jongeren met e-sigaretten, mannen met een broekklem rond hun been.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek