broekklem

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bruklɛm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) klem die ervoor zorgt dat de vouw in een broek wordt behouden
  2. voorziening die voorkomt dat een broekspijp tussen de ketting en het voortandwiel van een fiets kan raken
    Taxi's, bestelbusjes, jongeren met e-sigaretten, mannen met een broekklem rond hun been.