broekkousen

meervoud/ˈbrukɑusə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) onderkleding uit een stuk die zowel het onderlijf als elk van beide benen en voeten nauwsluitend bedekt
    En overmoedig in wollen broekkousen stormden jullie de trap af.
    Een maillot (Nederland) of een kousenbroek/broekkousen (Vlaanderen) is een nauw aansluitend kledingstuk dat bestaat uit lange kousen en een broekje aaneen. Meestal bedekt een maillot het lichaam van de taille tot en met de tenen, hoewel er eveneens varianten bestaan waar de voeten vrij worden gelaten, veeleer als een broek dus.