broekstuk
onzijdig (het)/'brukstʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een deel van het uitlaatsysteem van een motorfiets of auto dat twee pijpen samenvoegt, bijvoorbeeld door het dempergedeelte over het bochtgedeelte te schuiven
- (militair) deel van een kanon dat zich achter de tappen bevindt
- (bij een molen) twee, korte balken, die in de lengterichting van de kap liggen ter versteviging voor de door de bovenas uitgeoefende achterwaartse druk
- onderdeel om twee brandslangen aan een brandslang te koppelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek