bron
mannelijk/vrouwelijk (de)/brɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- daar waar men informatie vandaan haaltDe journalist beschermde zijn bron heel zorgvuldig.De Volkskrant onthulde vorige week de bron van de harde toon. Reformatorisch Dagblad Gerard Vroegindeweij 21-1-2019[https://www.rd.nl/vandaag/politiek/het-knettert-in-de-coalitie-dankzij-reclameman-1.1542048 Het knettert in de coalitie dankzij reclameman]Dank aan de auteurs en uitgevers die overname toestonden (zie voor bijzonderheden Bronnen aan het einde van het boek). De oorspronkelijke spelling hiervan is zoveel mogelijk gehandhaafd. Van enkele stukken bleken, tot onze spijt, auteur en uitgever niet te achterhalen.
- het begin van een waterloopDe bron van een rivier is waar de rivier begint.
- een plaats waar water uit de grond komtUit deze bron kwam zuiver, helder drinkwater.>Gebruikers van deze app lieten opmerkingen achter om kwaliteit en kwantiteit van het water aan te geven, voorzien van een datum, waaruit op te maken was of een bron wel of niet was opgedroogd.
- de oorzaak van ietsDat Olive haar aandacht naar iemand anders had verlegd, was een kloppende zweer, een eigenaardig soort kwelling; de eenzaamheid was lastig te meten zolang de bron ervan zich voor haar ogen bevond, de trap op en af liep, door de boomgaard, de voordeur uit en weg.Teresa wist dat ze werd buitengesloten, maar tegelijkertijd voelde ze zich de bron van alles.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘uit de grond opwellend water’ voor het eerst aangetroffen in 1605
Vertalingen
Engelssource, source, fountain
Franssource, source
DuitsQuelle, Quelle
Spaansfuente, fuente, manantial
Poolszródło, zródło
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek