brons

onzijdig (het)/brɔns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. metallurgie (metallurgie) legering van koper en tin (en andere metalen) met een donker- of goudbruine kleur
    Esser stimuleerde studenten penningen te maken als kleine, handzame sculpturen, en ze in brons te gieten.Eddy Engelsman NRC 11 juni 2016
    Hij liet zijn klokken in brons gieten.
  2. bepaalde donker- of goudbruine kleur
  3. bronzen medaille voor de derde plaats in een wedstrijd
    Hij haalde brons bij de 1500 meter schaatsen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘legering van koper en tin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1590

Vertalingen

Engelsbronze
Fransbronze
DuitsBronze
Spaansbronce
Italiaansbronzo
Portugeesbronze
RussischБронза
Arabischبرونز
Turkstunç
Poolsbrązy
Zweedsbrons
Deensbronze