brood
onzijdig (het)/brot/
Wat is de betekenis van brood?
brood betekent: (voeding) een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen
- (figuurlijk) levensonderhoud, beroepsmatige inkomsten
Voorbeelden van "brood" in een zin
- Die bakker maakt een buitengewoon heerlijk brood.
- U moet van juffrouw Maren trouwens droog brood en haring eten tot ik klaar ben met koken.
- De zware tenten werden ontmanteld, matjes en slaapzakken opgerold en alle kleren in rugzakken gepropt. Er werd pap gekookt boven het houtvuur en een broodje voor de lunch bereid.
- Abraham Tuschinski behoorde echter tot een voorhoede die meer mogelijkheden zag – vooral toen steeds meer bedrijven brood zagen in het maken van langere films die een compleet verhaal ter lengte van een toneelstuk in beeld brachten.
Etymologie
:: "breu"
Uitdrukkingen
- Brood en spelen
- brood op de plank hebben — genoeg hebben om van te leven
- De een z'n dood is een ander z'n brood. — wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van
- Een kruimeltje is ook brood. — wees gelukkig met wat je hebt
- Ergens geen brood in zien — niet denken dat iets kan werken
- Iemand het brood uit de mond stoten — iemand het onmogelijk maken om in eigen inkomen te kunnen voorzien
- Iemand iets op zijn brood geven — iemand onvriendelijk iets verwijten
- Niet bij brood alleen leven — men heeft meer nodig dan alleen eten om te kunnen leven
Vertalingen
Engelsbread
Franspain
DuitsBrot
Spaanspan
Italiaanspane
Portugeespão
Russischхлеб
Turksekmek
Poolschleb
Zweedsbröd
Deensbrød
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek