broodplank
mannelijk/vrouwelijk (de)/'brotplɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plank waarop men brood kan snijdenIk gebruikte de ronde houten broodplank ook als bord om mijn lunch te eten.
- plank om brood op te bewarenDe omslag in het brooddenken had zichtbare gevolgen. Hadden bakkerswinkels nog trots de vermelding 'Eerste, mechanische broodfabriek' in gladde, glimmende letters op de gevel staan, al spoedig werden die vervangen door archaïsche broodplanken waarop in gebrandschilderde letters namen als 'Het Backhuys' prijkten. De 'warme' en 'echte' bakkers deden hun intrede. Een aanduiding die niet wil zeggen dat er altijd fantastisch brood wordt gebakken, maar veelal toch beter dan het in ongenade gevallen fabrieksbrood. Dat kreeg overigens ook snel een ambachtelijke uitstraling aangemeten. NRC Joep Habets 2 februari 2002
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek