bruigom
mannelijk (de)/'brœyɣɔm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de man die trouwtDe bruigom loopt om haar en streelt het haar, zijn spitse ving’ren door haar gouden haar:Uit Herman Gorter Mei (1889)Cornelis vlucht naar Gouda, maar drie jaar later is hij weer in Haarlem, waar hij zijn eerste voor geld vervaardigd huwelijksvers laat drukken. ‘Weest stouter in de echt, voldoet uw bruigoms lust.’ Dat werk.NRC Atte Jongstra 8 mei 2009
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek