bruikleen

/'brœyklen/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) lening waarbij de uitlener aan de ontlener om niet een niet-vervangbare goed in gebruik verleent, onder de verplichting dat de ontlener, na daarvan gebruik te hebben gemaakt of na een bepaalde tijd, dat goed teruggeeftBernard Tilleman - Alain Verbeke, Bijzondere overeenkomsten in kort bestek, 2e herz. en uitgebreide uitgave, Antwerpen: Intersentia, 2005, blz. 205.
    - Het museum heeft een mooi schilderij als bruikleen gekregen.
    - Eén van de blikvangers van de tentoonstelling Hoogte- en dieptepunten uit het depot in het Mauritshuis gaat niet terug naar dat depot. Het 17de-eeuwse kunstwerk Dode zwaan van Jan Weenix wordt in langdurig bruikleen gegeven aan het Rijksmuseum Twenthe in Enschede. Vanaf 7 augustus is het daar permanent te zien. In Hoogte- en dieptepunten uit het depot staat de vraag centraal waarom bepaalde werken niet op zaal hangen. Bij Dode zwaan is dat het enorme formaat van het kunstwerk: 2,5 bij 3 meter.NRC 19 april 2016

Etymologie

* In de betekenis van ‘lening voor tijdelijk gebruik’ voor het eerst aangetroffen in 1675

Vertalingen

Engelsloan for use
Fransprêt à usage
DuitsLeihe, Gebrauchsleihe
Spaanscomodato
Italiaanscomodato
Portugeescomodato
Poolsumowa użyczenia