huur
mannelijk/vrouwelijk (de)/hyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) het tijdelijk gebruik van goederen of diensten tegen betaling
- geldbedrag waarvoor men huurt
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands hūre, ontwikkeld uit Oergermaans *hūzjō-, deverbatief van het w.w. *hūzjan-; zie verder huren. Evenals Nederduits Hüür, Fries hier en Engels hire.
Uitdrukkingen
- Te huur!
Vertalingen
Engelsrental, lease
Fransbail à loyer, location
DuitsMiete
Spaansalquiler
Italiaanslocazione
Portugeesaluguer, aluguel
Turkskira
Zweedshyra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek