bruschetta

vrouwelijk (de)/brusˈkɛta/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) dun plakje geroosterd of gegrild brood, het liefst ingewreven met een teentje knoflook
    Een wat modernere variant van het klassieke Melbatoastje is de Italiaanse bruschetta: dunne plakjes geroosterd of gegrild brood, het liefst ingewreven met een teentje knoflook. Reformatorisch Dagblad Gerdien Sterk 28-12-2007 [https://www.rd.nl/meer-rd/consument/lekker-eten-op-een-lange-avond-1.1156488 Lekker eten op een lange avond]
    Vandaag beginnen we met een hapje vooraf, een antipasti zo u wilt, van pesto van zongedroogde tomaten die u overal op kunt smeren of bij kunt gebruiken, bijvoorbeeld met bruschetta, in een verse tomatensaus en in sladressings. NRC Sam de Voogt 26 maart 2019 [https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/26/thuiskok-pesto-gedroogde-tomaten-a3954499 Pesto gedroogde tomaten]
    Heerlijk met een paar sneeën geroosterd volkoren speltbrood. Met een verse groene salade erbij heb je een complete maaltijd. Voor de extra smaak kun je je broodjes besmeren met bruschetta of pesto. De Telegraaf 18 feb. 2017 [https://www.telegraaf.nl/lifestyle/1319189/hollandse-pompoensoep Hollandse pompoensoep]

Etymologie

*van """