Brus
mannelijk/vrouwelijk (de)/brʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (familie) een ander kind van dezelfde ouders, m.n. wanneer diegene zorgtaken op zich neemtDe gehandicapte Anna heeft drie brussen die voor haar zorgen.
Etymologie
*Samenvoegsel van de Nederlandse woorden broer en zus.
Vertalingen
Engelssibling
Fransadelphe
DuitsGeschwister
Turkskardeş
Zweedssyskon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek