Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
bruuskheid
vrouwelijk (de)/'bryskhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het bruusk zijn
Etymologie
* afgeleid van bruusk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
* afgeleid van bruusk