buckskin
/ˈbʏkskɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lichtgeelbruin leer dan van herten afkomstig isTeken op de buckskin eerst de banen waartussen je de kralen wilt opnaaien.
- (paardrijden) paard met een vale geelbruine kleurIk was vooral onder de indruk van zijn paard, een jonge ruin, een buckskin.
Etymologie
*(n): van "buckskin" "cloth" "textiel dat aan hertenleer doet denken"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek