buffer

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen (spoorwegen) elk van de paarsgewijs aan de kopeinden van locomotieven en wagons aangebrachte stootbalken
  2. medium dat in staat is tijdelijke grote vraag in de afvoer op te vangen omdat de gemiddelde aanvoer dat niet aan zou kunnen
  3. informatica (informatica) tijdelijk geheugen in rekenmachines, computers , randapparaten e.d
    Door de stroomuitval was het buffer gewist
  4. scheikunde (scheikunde) een waterige oplossing van twee stoffen die zich in een bepaald evenwicht bevinden en een bepaalde pH aannemen, bufferoplossing
  5. economie (economie) hoeveelheid (geld)middelen dat gebruikt kan worden om onverwachte gebeurtenissen op te vangen
    Door hun spaargeld hadden ze voldoende buffer om de gevolgen van het ontslag op te kunnen vangen.
    De achterliggende gedachte hiervan is het kweken van een financiële buffer waarmee wij belangrijke aspecten als veiligheid en hygiëne in talrijke hotels kunnen bevorderen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘stootkussen’ voor het eerst aangetroffen in 1875

Vertalingen

Engelsbuffer
Spaansparachoques, tope, buffer