bug

mannelijk (de)/bʏk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) fout in een technisch apparaat
  2. informatica (informatica) fout in een computerprogramma
    Dat een ‘derde partij’ de FBI nu gaat helpen met het kraken van de iPhone van één van de schutters bij de massale schietpartij in San Bernardino, komt mogelijk door het beleid van Apple om hackers niet te betalen. Vrijwel alle andere tech-bedrijven zoals Google, Microsoft, Facebook, Twitter en Mozilla betalen hackers juist wel als ze een bug vinden, schrijft The New York Times.Arjan Meesterburrie NRC 23 maart 2016

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘afluisterapparaat’ voor het eerst aangetroffen in 1984