buggy

mannelijk (de)/ˈbʏɡi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een karretje met vier wielen waarin een baby of peuter vervoerd kan worden
    Buggy's, zie je die eigenlijk nog wel?
    Ouders van kleine kinderen die er tegenop zien om met de fiets naar Rotterdam te komen omdat ze dan de kinderwagen moeten meezeulen, kunnen nu gratis een buggy lenen op vertoon van paspoort of identiteitskaart. NRC 8 april 2016
    Ze liepen allebei achter een buggy waarin een peuter zat.
  2. een bepaald soort auto lijkend op een kleine jeep
    Coureur Tom Coronel reed in januari in een buggy mee met de Dakar Rally van in Zuid-Amerika. In Dakar, I Love It, I Hate It zijn de avonturen van Coronel en andere deelnemers te zien. NRC 14 december 2015

Etymologie

*Van het Engelse (baby) buggy.

Vertalingen

Engelsbaby buggy