Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
buidelwoning
vrouwelijk (de)/ˈbœydəlˌwonɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) (maatschappij) eigen huisvesting voor iemand die mantelzorg ontvangt, in een bouwwerk dat ook eigen huisvesting voor de mantelzorgers biedtEen variant op de mantelzorgwoning is de ‘kangoeroewoning’: een huis dat bestaat uit twee boven elkaar gelegen woongedeelte. Het gezin woont boven, de ouders of schoonouders leven in de ‘buidelwoning’. Twee aparte huizen, met elk een eigen voordeur en een eigen keuken, badkamer en woonkamer. De woningen zijn met elkaar verbonden door een trap.Samen met partner Rachid Bakkali (24) bewoont Van Loon de hoofdwoning, haar opa woont in de zogenoemde buidelwoning.
- (bouwkunde) (maatschappij) bouwwerk met een deel waar iemand kan leven die mantelzorg ontvangt en een deel waar de mantelzorger kan levenTwee woningen onder één dak: dat is een kangoeroewoning. Andere namen zijn buidelwoning, gekoppelde woning of meergeneratiewoning. De woningen zijn gescheiden door een tussendeur, die afsluitbaar is.Kangoeroewoningen worden ook wel buidelwoningen of meergeneratiewoningen genoemd.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek