kangoeroewoning

vrouwelijk (de)/ˈkɑŋɣəruˌwonɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) huis dat is uitgebreid met een verblijfseenheid voor een persoon of klein gezin zodat bewoners elkaar eenvoudig dagelijks aandacht kunnen gevenDe toegevoegde verblijfseenheid heeft vaak een eigen voordeur en sanitair, maar is vaak ook binnendoor verbonden met de hoofdwoning.
    We kijken nu of we samen met mijn ouders iets kunnen realiseren, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘kangoeroewoning’. Zij worden een dagje ouder, dus dan is zo’n woning wel handig. En ze passen ook graag op onze kinderen.

Etymologie

*, beeldspraak die verwijst naar de manier waarop deze dieren hun jongen geruime tijd bij zich dragen