kangoeroewonen
/ˈkɑŋɣəruˌwonə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (bouwkunde) blijvend behuisd zijn in een combinatie van huis, uitgebreid met een verblijfseenheid voor een persoon of klein gezin die het mogelijk maakt elkaar eenvoudig dagelijks aandacht te gevenDe toegevoegde verblijfseenheid heeft vaak een eigen voordeur en sanitair, maar is ook binnendoor verbonden met de hoofdwoning.Er is dus altijd sprake van een zorgbehoefte bij kangoeroewonen. Dit kan de zorg voor oudere familieleden zijn zodat ze niet naar een verzorgings- of verpleeghuis hoeven. Het kan ook een kind, vriend of kennis zijn die hulpbehoevend is.
Etymologie
*, wellicht een terugvorming uit "kangoeroewoning"; beeldspraak die verwijst naar de manier waarop deze dieren hun jongen geruime tijd bij zich dragen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek