buigen
Wat is de betekenis van buigen?
buigen betekent: (ov) krommend vervormen, van de gewoonlijk rechte stand, houding of richting afwijken
Betekenis
- (ov) krommend vervormen, van de gewoonlijk rechte stand, houding of richting afwijken
- (intr) krom worden, (door vervorming) doen afwijken
- (inerg) een buiging maken
- (refl) zich ~ over: aandacht besteden aan iets
- een bocht maken
Voorbeelden van "buigen" in een zin
- Hij boog het ijzer.
- Langzaam boog hij voorover en hij rechtte daarna met veel moeite zijn rug.
- De zilte adem van de zee liet de toppen van een overdaad aan palmbomen licht buigen.
- Hij boog diep bij de begroeting van de hoge gast.
- De regeringen zullen zich diep moeten buigen over de problemen ontstaan in de economie.
Betekenis en uitleg van buigen
Buigen betekent letterlijk je lichaam of een object naar voren of opzij bewegen, vaak om iets te bereiken of te verkennen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om aan te geven dat iemand zich aanpast of zich onderwerpt aan een situatie of autoriteit.
Je gebruikt het woord 'buigen' vaak in fysieke contexten, zoals bij het buigen van een tak of je knieën. Daarnaast komt het ook voor in metaforische zinnen, bijvoorbeeld als iemand zich buigt voor de wil van een ander of als teken van respect. Het kan een gevoel van onderwerping of toewijding uitstralen, afhankelijk van de context.
Voorbeelden
- De takken van de boom buigen onder het gewicht van de sneeuw.
- Hij moest zich buigen voor de regels van de organisatie om verder te kunnen.
- Tijdens de ceremonie bogen de deelnemers hun hoofd in respect voor de overledene.
Woordoorsprong
Het woord 'buigen' komt van het Oudnederlands 'būgōn', wat 'bukken' of 'afwijken' betekent.
Veelgestelde vragen over buigen
Wat is de betekenis van buigen?
buigen betekent: (ov) krommend vervormen, van de gewoonlijk rechte stand, houding of richting afwijken
Hoeveel betekenissen heeft buigen?
buigen heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van buigen?
Synoniemen van buigen zijn: plooien.
Hoe gebruik je buigen in een zin?
Voorbeeld: “Hij boog het ijzer.”
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands būghen ‘krom worden’, ontwikkeld uit Oergermaans *būgan- ‘krom worden’, bij Indo-Europees *bʰeugʰ-, waartoe ook Russisch dial. bgatʹ (бгать) ‘buigen’, bugór (буго́р) ‘heuveltje’ en Lets baũgurs ‘heuvel’ behoren. Eveneens Nederduits bugen, Fries bûg(j)e en Engels bow ‘een buiging maken’.
Uitdrukkingen
- zich buigen over... — aandacht schenken aan...