buikhaar
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbœykhar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) vezel die voor op de onderzijde van de romp groeitKun jij deze buikhaar van me recht krijgen?
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) beharing op de buik, het geheel van vezels die uit de opperhuid voor op de onderzijde van de romp groeienVantussen haar gesloten dijen klimt het krullende buikhaar naarboven tot aan haar navel.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek