buis

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van buis?

buis betekent: een hol, cilindrisch voorwerp

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een hol, cilindrisch voorwerp
  2. (België) een onvoldoende rapportcijfer
  3. een televisie
  4. biologie (biologie) het onderste deel van een vergroeidbladige kelk of kroon
  5. militair (militair) een mechanisme dat in de kop van projectielen geschroefd wordt om deze te laten springen
  6. scheepvaart (scheepvaart) een vissersboot

Voorbeelden van "buis" in een zin

  • Kun je dat voorwerp even in de buis stoppen?
  • We liepen boven op het LA Aquaduct, een lange buis van meer dan 4 meter doorsnee, die Los Angeles van water uit de bergen voorziet.
  • Evelien heeft een buis voor Nederlands.
  • Wat is er vanavond op de buis?
  • Dit deel van de kroon heet een buis.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haringschuit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1407

Vertalingen

Engelspipe, tube
Franstube
DuitsRohr
Spaanstubo
Deensrør