buis
Wat is de betekenis van buis?
buis betekent: een hol, cilindrisch voorwerp
Betekenis
- een hol, cilindrisch voorwerp
- (België) een onvoldoende rapportcijfer
- een televisie
- (biologie) het onderste deel van een vergroeidbladige kelk of kroon
- (militair) een mechanisme dat in de kop van projectielen geschroefd wordt om deze te laten springen
- (scheepvaart) een vissersboot
Voorbeelden van "buis" in een zin
- Kun je dat voorwerp even in de buis stoppen?
- We liepen boven op het LA Aquaduct, een lange buis van meer dan 4 meter doorsnee, die Los Angeles van water uit de bergen voorziet.
- Evelien heeft een buis voor Nederlands.
- Wat is er vanavond op de buis?
- Dit deel van de kroon heet een buis.
Betekenis en uitleg van buis
Een buis is een holle cilindervormige structuur die vaak wordt gebruikt om vloeistoffen of gassen door te laten stromen. Je kunt het zien als een soort tunnel die van de ene plek naar de andere gaat, vaak met een specifiek doel in gedachten.
Het woord 'buis' wordt vaak gebruikt in technische en industriële contexten, zoals bij leidingen voor water of gas. Daarnaast kan 'buis' ook verwijzen naar de buizen van muziekinstrumenten, zoals een orgel. In het dagelijks leven kom je buizen tegen in sanitair, laboratoria en zelfs in de keuken voor het afvoeren van voedselresten.
Voorbeelden
- De loodgieter verving de oude buis omdat deze lekte.
- Tijdens de chemieles gebruikten we een buis om de gassen van de reactie te verzamelen.
- De muziekklanken vulden de ruimte dankzij de grote buizen van het orgel.
Woordoorsprong
Het woord 'buis' komt van het Middelnederlands 'buise', wat ook een holle structuur aanduidt. Het is verwant aan het Franse 'tube'.
Veelgestelde vragen over buis
Wat is de betekenis van buis?
buis betekent: een hol, cilindrisch voorwerp
Hoeveel betekenissen heeft buis?
buis heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft buis?
buis is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van buis?
Synoniemen van buis zijn: pijp.
Hoe gebruik je buis in een zin?
Voorbeeld: “Kun je dat voorwerp even in de buis stoppen?”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haringschuit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1407