buis
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van buis?
buis betekent: een hol, cilindrisch voorwerp
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een hol, cilindrisch voorwerp
- (België) een onvoldoende rapportcijfer
- een televisie
- (biologie) het onderste deel van een vergroeidbladige kelk of kroon
- (militair) een mechanisme dat in de kop van projectielen geschroefd wordt om deze te laten springen
- (scheepvaart) een vissersboot
Voorbeelden van "buis" in een zin
- Kun je dat voorwerp even in de buis stoppen?
- We liepen boven op het LA Aquaduct, een lange buis van meer dan 4 meter doorsnee, die Los Angeles van water uit de bergen voorziet.
- Evelien heeft een buis voor Nederlands.
- Wat is er vanavond op de buis?
- Dit deel van de kroon heet een buis.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haringschuit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1407
Vertalingen
Engelspipe, tube
Franstube
DuitsRohr
Spaanstubo
Deensrør
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek