buitenlander
mannelijk (de)/ˈbœytə(n)lɑndər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die in het buitenland woont, of iemand afkomstig uit het buitenland- Zowel Belgen als buitenlanders moeten straks tolgeld betalen op de grote doorgaande wegen in Vlaanderen.- Je wordt wel steeds met de neus op het feit gedrukt dat je buitenlander bent.
Etymologie
*Afgeleid van buitenland
Vertalingen
Engelsforeigner
DuitsAusländer
Zweedsutlänning
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek