vreemdeling
mannelijk (de)/ˈvremdəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die afkomstig is uit een ander gebied of land dan dat waar hij verblijftDe vreemdeling verbleef in een asielzoekerscentrum.
- (figuurlijk) iemand die nog niet zoveel van een onderwerp weet of op een bepaald gebied nog onbekend isAls vreemdeling in het bankwezen moest hij erg wennen aan alle afkortingen.
Etymologie
*leenvertaling van "Fremdling", afgeleid van vreemd , in de betekenis van ‘onbekende’ aangetroffen vanaf 1525
Uitdrukkingen
- een vreemdeling in Jeruzalem
Vertalingen
Engelsforeigner, stranger
Fransétranger
DuitsAusländer, Fremde
Spaansextranjero, forastero
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek