buitenwerk

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van buitenwerk?

buitenwerk betekent: het arbeiden in de buitenlucht

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het arbeiden in de buitenlucht
  2. werk dat aan de buitenkant van een gebouw gedaan moet worden
  3. delen van een vesting die buiten de vestingmuur liggen

Voorbeelden van "buitenwerk" in een zin

  • Zijn armen waren bruin van het buitenwerk en zijn biceps bolden.
  • Wil je je boerderij behouden, dan moet je het buitenwerk heel goed bijhouden, weten de bewoners van deze monumenten. Iedere lekkage, iedere gebroken pan, iedere kapotte afvoer meteen aanpakken.
  • Buitenwerk: Algemene benaming voor delen van een vesting welke vóór de hoofdwal doch binnen de bedekte weg respectievelijk het glacis zijn gelegen; bij voorbeeld: contregarde, couvre-face, halve maan, hoornwerk, kroonwerk, ravelijn, tenaille, enz.; niet te verwarren met voorwerk.