bulderen
/bʌldərə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) een dreunend geluid makenDe kanonnen bulderden éénentwintig maal bij wijze van saluut.
- (inerg) op ruwe en luide manier spreken"Daar komt niets van in!" bulderde hij.
Etymologie
* In de betekenis van ‘dreunend geluid geven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1485
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek