bulldozer

mannelijk (de)/ˈbuldozər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. werktuigbouwkunde (werktuigbouwkunde) zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren met behulp van een schuiver die stenen en aarde kan verplaatsen
    Een bulldozer begint struiken omver te duwen en de modder naast de weg te egaliseren, zodat het verkeer wat ruimte krijgt.
    Met zijn ongeëvenaarde aanvallende kracht bracht hij een revolutie teweeg in het rugby. Tegenstanders ketsten simpelweg op hem af als Lomu, een menselijke bulldozer van 1,92 meter en 119 kilogram, op snelheid was gekomen – de bal losjes in een arm geklemd. Rob Schoof NRC 18 november 2015
    Ze was een menselijke bulldozer die een rechte lijn aanhield.

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘grondschuiver’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950

Vertalingen

Engelsbulldozer
Fransbulldozer
DuitsBulldozer
Spaansbulldozer
Italiaansbulldozer, apripista