bullenpees

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbʏlə(n)ˌpes/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zweep uit repen stijf samengeknoopt leer, pees of touw
  2. lange wapenstok in gebruik bij de politie met name de Mobiele Eenheid
  3. bloemplanten, figuurlijk (bloemplanten) (figuurlijk) benaming voor grote lisdodde

Etymologie

*, omdat oorspronkelijk delen van de stier als zweep werden gebruikt; in de betekenis van ‘strafwerktuig’ aangetroffen vanaf 1617