burchtheer

mannelijk (de)/'bʏrxther/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eigenaar van een kasteel
    Ook de bevolking in en rondom Bomarzo zal wel met gemengde gevoelens de liefhebberij van de nieuwe burchtheer hebben gadegeslagen.
  2. persoon die het beheer heeft over een kasteel