burchtheer
mannelijk (de)/'bʏrxther/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eigenaar van een kasteelOok de bevolking in en rondom Bomarzo zal wel met gemengde gevoelens de liefhebberij van de nieuwe burchtheer hebben gadegeslagen.
- persoon die het beheer heeft over een kasteel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek