burgerlijkheid
vrouwelijk (de)/'bʏrɣərləkhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het gedrag en het leven dat past bij eenvoudige mensenOndanks je wethouderschap en je semi-culturele uitstraling kleeft aan jou toch het imago van burgerlijkheid. Sjoelen of zaterdagavond, barbecuen? Wil je je doelbewust als man van het volk presenteren?
- het gedrag en het leven van bekrompen mensenDe avonden van Reve komt voort uit de modder van de lage landen, uit de benauwde naoorlogse burgerlijkheid.
Etymologie
* afleiding van burgerlijk
Vertalingen
Engelsnarrow mindedness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek