bekrompenheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat getuigt van kleingeestigheidStigs broer is volgens mijn ouders een klassiek voorbeeld van de vulgaire bekrompenheid die in de jaren tachtig opgeld deed in Stavanger, ...
Etymologie
* afleiding van bekrompen
Vertalingen
Engelsbigotedness, small-mindedness, pettiness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek